Lesideeën Nederlands 5-8

Ideeën (werkvormen/opdrachten) voor de lessen Nederlands. Geen revolutionaire onderwijsinnovatie, geen wetenschappelijke kaders, wel inspiratie en vakliefde uit de dagelijkse praktijk. Lees ook les 1-4.

Week 5: de analoge Kahoot

(oranje of blauw?)

Er is niets mis met Kahoot, nou ja, in principe niet, als je het webspel inricht en gebruikt zoals het bedoeld is en niet zoals die ene leerling die heel grappig drie nieuwe namen per seconde op het startscherm indiende (hoe? dankzij mijn zoon weet ik dat er een hack-Kahoot-app is!). Veel leraren en leerlingen vergeten ook (of weten niet) dat je een goed/fout antwoord eigenlijk even omhoog moet houden, zodat de leraar in één oogopslag ziet wie het goed of fout had. En dan begin ik nog even niet over wifi-problemen en afleiding op de telefoon en de diepere onderwijskundige blik op competitie in de klas…

Nee, laten we even andersom denken: wat wil ik met zo’n Kahoot testen? Het is een snelle controle van leerstof, toch? Een tussentijdse check of nulmeting, een formatieve test. De leerlingen ontdekken of zij al alles goed weten of kunnen en ik zie wat ik nog een keer moet uitleggen. Bij spelling zijn er vaak niet veel uitdagende antwoordopties, dus het is heel makkelijk om daarbij zo’n snelle check toe te passen. Ik bedenk een setje van twaalf woorden bij vier spellingonderdelen: meervoud, trema’s, accenten en apostrof – evangeliën of evangelieën, enquete of enquête, etc. Ik zet ze in een Powerpoint: elk woord heeft één dia met twee antwoordmogelijkheden en één dia met het juiste antwoord – en ja, je kunt de woorden ook op het bord schrijven. Zet niet alle goede antwoorden links of juist rechts, wissel af!

Maar dan nu de simpele aanpak zónder telefoons en op zo’n manier dat ik in één keer zie hoe de hele klas én ieder individu het doet. Ik haal bij de conciërge twee kleuren papier, oranje en blauw en halveer ze. (Een van de eerste lessen bij werken in het onderwijs: de conciërge is je beste vriend.) Ik heb dus voor oranje en blauw gekozen en kleur de Powerpoint-vlakken oranje en blauw. Als je de woorden op het bord schrijft, maak je gekleurde kaders en je zoekt papier in de kleur van je stiften.

In de klas leg ik op elke tafel een oranje en blauw blad. Terzijde: ik hou van zelf uitdelen. Briljante doorgeeftechnieken geven mij minder ruimte voor informeel contact met leerlingen (en persoonlijk werk door een ander laten uitdelen vind ik erg onaardig). Nog leuker is het om al voor de les dingen op de tafels klaar te leggen zodat leerlingen nieuwsgierig worden naar wat we gaan doen.

En dat is heel simpel: pak een blad in elke hand, we gaan elk woord langs en ieder houdt de kleur omhoog die volgens hem/haar juist is. Iedereen móet bij elk woord kleur kiezen! En duidelijk het blad omhoog houden! Terzijde: ik heb in een semi- of pseudo-wetenschappelijke theorie gelezen dat het héél véél uitmaakt dat je niet alleen iets aanklikt of aanstreept, maar dat je fysiek beweegt om je keuze aan te geven, daarom moeten die blaadjes goed omhoog! En ook omdat ik het dan goed kan zien.

Ik zie het al. Aan het eind van het uur even tijd maken voor jockeys en evangeliën.

(Zie bijlage onderaan voor de voorbeeld-Powerpoint, mét startdia met timer van drie minuten die in week 3 genoemd werd.)

 

Week 6: de carrousel

(15 weten meer dan 1)

Ik deed een cursus, als ik het me goed herinner met de innovatieve titel ‘Leren innoveren’ – dit was in mijn tijd bij ROC Zadkine (mbo, Rotterdam). We mochten een project bedenken om verder uit te werken en vergeef me, ik weet echt niet meer waarover mijn project ging. Ik weet nog wel dat we deze cursus onder het Hilton in Rotterdam deden, in een grote ruimte die verder nergens anders voor gebruikt werd. Een paar jaar later haalde Zadkine de voorpagina vanwege financiële problemen, onder meer veroorzaakt door het huren van dure ruimtes die niet eens echt bedoeld waren voor onderwijs… Enfin. Die cursus was wel boeiend.

In die allereerste fase van het project moesten we onze ideeën verder ontwikkelen door er met elkaar over te praten. En dat deden we in de ‘carrousel’, en zo moet je het vooral noemen voor je leerlingen (dan leren ze nog een woord). Ik gebruik deze vorm nog steeds, maar let op: alleen wanneer ik tijd genoeg heb om met tafels en stoelen te schuiven (vooraf én achteraf) en als ik de groep lang genoeg ken voor deze geavanceerde vorm van interactie. Dan is dit een perfecte werkvorm als voorbereiding op een (mondeling of schriftelijk) betoog, zeker wanneer leerlingen allemaal een ander onderwerp hebben gekozen (of moesten kiezen).

Alle tafels moeten aan de kant. Alle stoelen gaan naar het midden, in een binnenste en buitenste cirkel (beide met even veel stoelen, dus 2×15). De stoelen in de binnenste cirkel staan naar buiten gericht, de stoelen in de buitenste cirkel staan naar binnen gericht, oftewel: als iedereen gaat zitten, heeft iedereen een gesprekspartner tegenover zich. Zet een timer klaar (op je digitale bord).

De opdracht is simpel: leerling 1 pitcht zijn/haar onderwerp in dertig seconden. Daarna doet leerling 2, tegenover hem/haar, hetzelfde. Daarna geven ze elkaar feedback, tips, of ze stellen een vraag. Na strikt twee minuten schuift de gehele buitenste cirkel één plaats naar links. De binnenste cirkel blijft zitten! Voorspelling: bij de eerste drie rondes begrijpen drie mensen het verkeerd en daarna gaat het PERFECT. Dit gaat zo door totdat dezelfde personen weer tegen elkaar zitten.

Door steeds hun eigen onderwerp te bespreken, leren ze steeds scherper te formuleren. Dankzij de feedback, tips en vragen gaan ze nog dieper over de inhoud nadenken: 15 weten meer dan 1! Ze komen op nieuwe ideeën door de interactie en het inspireert om te zien hoe anderen over hun onderwerpen praten – zien hoe ver anderen al zijn prikkelt ook de ambitie! Daarnaast worden ze over vijftien onderwerpen bijgepraat, zo leer je nog eens wat over de wereld én over wat je klasgenoten interessant vinden. En hoe vaak je ook werkvormen doet waarbij leerlingen moeten bewegen: het blijft lollig. Vergeet de fun-factor niet: dit vertellen ze vanavond bij het eten aan hun ouders. En een slimme ouder vraagt dan: oh, wat is jouw onderwerp? En de leerling kan dit voor de zestiende keer – en inmiddels perfect – verwoorden.

 

Week 7: het doorgeefverhaal

(wonderwezens)

Ken je het van vroeger, dat je samen een verhaal schrijft? De eerste schrijft drie zinnen en geeft het briefje door. De volgende schrijft weer drie zinnen – en geeft het verhaal een compleet nieuwe wending. Misschien ken je het ook van tekeningen: een blad wordt in drieën gevouwen en alleen streepjes geven aan waar jij verder moet tekenen, wat prachtige wonderwezens oplevert.

Voor het ‘gedocumenteerd schrijven’ moesten mijn leerlingen in 5 havo kiezen uit vijf actuele onderwerpen: het vrouwenquotum, kindereuthanasie, Engels op universiteiten, de stikstofcrisis en vrijheid van onderwijs. Na een introductieles moesten ze zelf het onderwerp gaan verkennen. Nog niet iedereen had een onderwerp gekozen en ze vonden het lastig om deelvragen of argumenten te bedenken. Meestal schrijf ik dan op het bord een paar standaardvragen die voor een betoog en beschouwing (over beleidskeuzes) werken als handige uitgangspunten:

Wat is het probleem?

  • Voor wie is dat een probleem?
  • Voor wie is dat geen probleem?

Wat is de voorgestelde oplossing?

  • Wat zijn voor- en nadelen van deze oplossing?
  • Voor wie is het een oplossing?
  • Voor wie is het geen oplossing?

Maar gezien de aarzelingen van de leerlingen zette ik het doorgeefverhaal in. Ik maak groepjes van vijf leerlingen en elke leerling krijgt één blaadje. Binnen het groepje start ieder met een ander onderwerp (vijf onderwerpen – vijf leerlingen). In drie minuten bedenken ze zo veel mogelijk vragen over het onderwerp. Daarna schuift iedereen zijn blad naar de volgende persoon, met de klok mee, voor een nieuwe ronde. Dat gaat zo door tot er door vijf personen bij alle onderwerpen vragen bedacht zijn. Daarna is er wat tijd om de vragen te bepreken met elkaar.

Ik kies hier voor vragen omdat het bij ons de opdracht is om deelvragen te maken in de documentatiemap; je kunt ook al direct beginnen met argumenten, voor- en nadelen, etc. Belangrijk bij een (geschreven) brainstorm is dat geen enkele vraag fout is en dat je ook nog niet oordeelt over wat een goede vraag is of niet. Je mag associatief denken en allerlei kanten opgaan. Je gebruikt geen telefoon of andere bronnen – daarmee doorbreek je juist je eigen denkkracht. Ik benoem zulke uitgangspunten ook altijd. Ik vind het doodzonde als ze direct gaan googelen om een onderwerp te vinden. Denk vanuit je eigen interesses. Het lukt je ook veel beter om een argument over te brengen als je het zelf bedacht hebt. Natuurlijk zoek je daarna wel de informatie die dat argument juist en volledig maakt.

Niet alle leerlingen hebben vroeger wonderwezens gemaakt of doorgeefverhalen en mijn uitleg is misschien wel eens gebrekkig. Er is altijd één groepje waarin twee leerlingen met hetzelfde onderwerp starten en vervolgens de helft van de tijd discussiëren over de tweekoppige wonderwezens die ze gecreëerd hebben. Van het trainen van kleine kinderen (5-8 jaar, rugby) heb ik geleerd dat je het niet moet opgeven – want je zult een goede werkvorm vaker gebruiken, dus ze moeten het maar begrijpen – maar dat je je er vooral niet druk om moet maken. Kinderen zijn wonderwezens, ook in 5 havo.

 

Week 8: ik was er zeker over

(collocaties)

Ik trap de open deur maar even in: je lesboek is niet genoeg. En om wel te bieden wat jóuw leerlingen nodig hebben, móet je adaptief werken. En om adaptief te werken, móet je analyseren waar je leerlingen sterk en zwak in zijn. Nakijken doen we niet alleen voor de cijfers, we doen het voor betere lessen.

Ik had nog één les voor de toetsweek, waarin mijn leerlingen van 5 havo een betoog zullen schrijven (zie week 7). In de laatste les wilde ik passende taaltips geven, in de hoop dat het aantal fouten in spelling en formuleren dit keer mee zou vallen. Eerder had ik al eens een Prezi gemaakt met ‘de vetste taalfouten van 5 havo’ en mijn huidige klassen kennen die ook al. Alleen… ze maken nog steeds diverse taalfouten. Maar had ik wel gecheckt welke fouten? Maakten zij niet hele andere vette taalfouten?

Ik nam een stapel motivatiebrieven mee naar huis. Dit was een eerdere opdracht voor een cijfer, dus zij hadden hun best gedaan en ik had het werk al nagekeken. Nu hoefde ik alleen maar te turven welke fouten zij hadden gemaakt.

Ik deelde het ook op Twitter: wat denken jullie, wat staat er op 1, welke fout komt het vaakst terug? Aaneenschrijven, dachten veel mensen, en werkwoordspelling. Zeker haalden die categorieën de top 10, met moderne klassiekers als ‘hij wilt’ en ‘havo diploma’. Maar wat kan echt in elke zin fout gaan? Juist: interpunctie was de onbetwiste nummer 1 in beide klassen.

Verrassend was de nummer 2, woordcombinaties die niet kloppen: inleven op iets / op het begin / sinds jongs af aan / ik was er zeker over. Mijn vermoeden is dat deze fouten (vooral combinaties met vaste voorzetsels) ontstaan wanneer kinderen onvoldoende aanbod hebben gehad in correct (en geschreven) Nederlands. Dat kan komen doordat Nederlands een tweede taal is (dat klopt voor veel van mijn leerlingen) en door ontlezing (dat geldt ook voor havoleerlingen op andere scholen). Van Twitter leerde ik al snel dat de vaste groepjes van woordcombinaties collocaties genoemd worden en dat die bij vreemdetaalonderwijs en NT2 wél expliciet geleerd worden.

Maar hoe leer ik dit mijn klassen in één lesuur? Niet dus. Gelukkig zijn er ook fouten die ze wél kunnen voorkomen door simpele aanwijzingen. Ik maak een Powerpoint met de top 12 per klas. Ik licht de fouten toe in de les en geef bij elke fout een van deze drie preventietips:

  • lees je tekst goed terug, dan haal je deze fouten eruit (met een icoontje van een rode pen)
  • lees de regels nog eens terug in je lesboek (met een icoontje van het lesboek)
  • lees veel en lees bewust zodat je woordenschat groter wordt (met een icoontje van een stapel boeken)

Voor deze les is dat genoeg. Ik weet wel dat ik de komende maanden een duidelijke missie heb. Wordt vervolgd dus.

Analoge Kahoot

Published by:

michellevandijk

Schrijver en leraar Nederlands. Roman: Darko's lessen (2017). Hertaling Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan (Louis Couperus) verschijnt in november 2019. www.michellevandijkschrijft.nl

Categorieën Geen categorie