WOORDENAARS 2

In 5 havo noem ik mijn lesprogramma ‘WOORDENAARS’. De leerlingen zijn de woordenaars, de woordkunstenaars – maar draai één letter om en er staat iets anders. Ze ontdekken wat zij allemaal kunnen met taal en hoe belangrijk dat is. Ontdek de macht van taal!

En dit was week 2 van de Woordenaars:

Les 1, blokuur: Thema: Ons onderwijs moet beter! Leerdoelen: stellingen formuleren en nog beter argumenteren.
Oefening ‘klaagmuur’ om zelf tot stellingen te komen (huidige thema is immers te breed). Wat is er niet goed in ons onderwijs? Schrijf dat op een geel briefje en plak op de klaagmuur. Wat moet er gebeuren om dat te verbeteren? Schrijf op een groen briefje en plak het bij de gele briefjes. Gezamenlijk theorie lezen over het formuleren van een stelling, terugkoppeling naar briefjes: zijn de voorgestelde verbeteringen al in de vorm van een goede debatstelling? Hoe kan het nog beter? Deze stellingen komen later weer terug.
Oefendebat, leerlingen krijgen 5-10 minuten voorbereidingstijd na uitleg vragenlijst probleem/oplossing: Wat is het probleem? Voor wie is dat een probleem en voor wie niet? Wat is de oplossing? Voor wie is dat een oplossing en voor wie niet? Of: wat zijn de voor- en nadelen van deze oplossing? Zijn er ook alternatieven? Het oefendebat gaat over een van deze stellingen: Er moeten aparte basisscholen komen voor slimme kinderen; of: Voor een pretstudie moet je extra betalen.
Bij het oefendebat voor de klas demonstreert de docent ‘stop, waarom’. Daarna kunnen de leerlingen dit namelijk ook zelf doen in een oefendebat. Als een leerling onvolledig of niet argumenteert (of gewoon, omdat het nog beter kan) onderbreekt de docent de leerling met: ‘Stop! Waarom?’ Na het oefendebat voor de klas kan er nog twee keer een oefendebat simultaan gehouden worden in groepjes in de klas, waarbij één persoon ‘stop, waarom?’ doet.
Uit de klaagmuur met problemen en oplossingen kiezen de leerlingen een stelling. Ze moeten zelf notities maken bij de tekst zodat ze in Les 3 hun eindtekst kunnen schrijven. Wat moeten ze dan nu al noteren/voorbereiden? Ze zoeken een brontekst bij dit onderwerp en verwerken het rijtje vragen in notities: Wat is het probleem? Voor wie is dat een probleem en voor wie niet? Wat is de oplossing? Voor wie is dat een oplossing en voor wie niet? Of: wat zijn de voor- en nadelen van deze oplossing? Zijn er ook alternatieven?

Les 2: Bekijk debattips en analyseer een debat over spijbelen. Wat valt je op in dit debat? Welke debattips uit video 1 herken je (in positieve of negatieve zin) in video 2? Daarna werken de leerlingen aan opdrachten uit het lesboek, daarin gaat het om het herkennen van soorten argumenten.

Les 3: De leerlingen schrijven individueel een presentatie van hun onderwijsplan. Ze mogen vanuit zichzelf schrijven, het is hun plan, maar ze moeten duidelijk aantonen dat ze hebben nagedacht over de voor- en nadelen van hun plan. Een belangrijke aanwijzing is: schrijf overtuigend en enthousiast. En er komt een opdracht bij: schrijf een samenvatting van je tekst. De leerlingen schrijven dus een presentatie van maximaal 200 woorden en moeten die daarna in maximaal 50 woorden samenvatten. Dit alles in één lesuur. Ik keek als volgt na: ik keek na op spelling (fouten markeren) en ik gaf punten voor de samenvatting. In de hoofdtekst markeerde ik probleem en oplossing en bij de klassikale bespreking liet ik zien hoe verschillend leerlingen de opbouw van hun tekst hadden: de één begon met de oplossing, de ander eindigde daarmee.

Wat leverde het op? In de eerste plaats viel het mij op dat veel leerlingen het moeilijk vonden zelf een onderwerp en stelling te bedenken. Blijkbaar vonden zij dat het onderwijs al goed is zoals het is – of ze zijn niet gewend hier zelf over na te denken. Zij kozen de stelling die ik als voorbeeld had gekozen bij de uitleg van het vragenrijtje probleem/oplossing, namelijk: CKV moet afgeschaft worden. Andere onderwerpen waren: de studiefinanciering, passend onderwijs, de rekentoets, zittenblijven, leerplicht en de Citotoets (bij schooladvies). Een paar leerlingen kozen een stelling met betrekking tot het niveau van de Nederlandse leraren, bijvoorbeeld ‘Alle leraren moeten een masteropleiding gevolgd hebben’, of ‘Leerlingen mogen hun leraren beoordelen’, dat waren mooie plannen. Het verrassendst vond ik de leerling die de stelling verdedigde dat school later moet beginnen, dat is beter voor het puberbrein. Hij schreef zijn plan als een soort column, met een persoonlijke inleiding over die zware eerste uurtjes.

Tot slot, de literatuurtips bij dit thema:

  • Herman Koch: Red ons, Maria Montanelli
  • F. Bordewijk: Bint 
  • Karin Amatmoekrim: Het gym 
  • Tessa de Loo: Het rookoffer 
  • Vincent Bijlo: Het instituut
  • Jeroen Brouwers: Het hout 

onderwijs

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s