Perspectief

Wie vertelt het verhaal? Dat is een belangrijke vraag bij de analyse van verhalen.

Kijk naar het onderstaande filmpje. Het is Dr. Jekyll and Mr. Hyde uit 1931. Door wiens ogen zie je dit verhaal?

We spreken ook bij literatuur van het vertelperspectief, met andere woorden: door wiens ogen zien we alles gebeuren? Er zijn verschillende perspectieven mogelijk.

In verhalen en romans kun je de volgende vertelperspectieven aantreffen:

De auctoriële verteller: de verteller speelt geen rol in de gebeurtenissen, staat buiten de door hem vertelde geschiedenis, maar weet wel alles van de personages, van hun doen en laten, van hun ideeën, gevoelens, hun verleden, heden en toekomst. Vandaar dat we hem ook wel de naam geven van alwetende verteller. In oudere romans komt het zelfs wel voor dat de verteller zich direct, in de ik-persoon, tot de lezer richt (de auctoriële ik-verteller). Zo onderbreekt de verteller van Saïdjah en Adinda (in Max Havelaar)zijn verhaal met de woorden: ‘Ik heb u verteld, lezer, dat mijn verhaal eentonig is.’

Gerard Reve – De avonden

Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.

De personale verteller: de verteller speelt geen rol in de vertelde geschiedenis. Het verhaal is in de hij-vorm geschreven en deze hij-figuur staat in de gebeurtenissen centraal. Hij is een van de personages uit het verhaal en is als zodanig bij de gebeurtenissen betrokken. Vanuit zijn visie maakt de lezer alles mee. De lezer is dan ook op de hoogte van alles wat deze figuur denkt, doet, voelt. Wat andere personages voelen of denken is deze figuur niet bekend, dus ook de lezer niet.

Franz Kafka – De gedaanteverwisseling

Toen Gregor Samsa op een ochtend ontwaakte uit onrustige dromen, ontdekte hij dat hij in bed was veranderd in een reusachtig eng beest. Hij lag op zijn pantserachtig harde rug en wanneer hij zijn kop een beetje optilde, zag hij zijn gewelfde, bruine, uit boogvormige stijve delen samengestelde buik, met daar bovenop de deken, die op het punt stond er helemaal af te glijden en nog net wist te blijven liggen. Voor zijn ogen wiebelden zijn vele, vergeleken met zijn verdere omvang jammerlijk dunne pootjes hulpeloos heen en weer.

‘Wat is er met me gebeurd?’ dacht hij. Het was geen droom.

De ik-verteller: de verteller speelt een rol in de vertelde geschiedenis, maar ditmaal is het verhaal in de ik-vorm geschreven. Daarmee is tegelijkertijd het grootste verschil vermeld met het personale perspectief, want alle andere eigenschappen daarvan gelden ook hier. De verteller kan er ook voor kiezen zijn personage (de ik in het verhaal) iets te laten vertellen wat in het verleden is gebeurd. Omdat deze ‘ik’ dan al weet hoe de gebeurtenissen uiteindelijk zijn afgelopen, krijgt hij wat auctoriële trekjes. Zo kan hij bijvoorbeeld vooraf opmerkingen maken over de juistheid van een zojuist genomen beslissing.

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Ik kon me niet meer bewegen toen ik Thera voor het eerst zag. En daar is niets aan overdreven. Ik begon niet te zweten of te stotteren, nee, ik verstijfde. Dat was alles. Ik stond met twee rode, knipperende horentjes op mijn hoofd dicht bij de brug over de gracht en was nog niet in staat mijn pink te bewegen.

Thera Bouman.

Daar komt ze aan. Op haar zwarte suède laarsjes.

Haar wenkbrauwen en wimpers niet kinderachtig aangezet met mascara, haar lippen glanzend van de lippenstift. Met haar handen in de zakken van haar GAP-trainingsjack komt ze recht op me af.

Let op! Een verteller is niet altijd te vertrouwen. Een ik-vertelller kan zaken wel eens minder goed onthouden, of mooier voorstellen dan ze geweest zijn. Een verteller kan zichzelf ook tegenspreken. Let daarop als je romans leest!

Waarom gebruikt een schrijver een bepaald perspectief? Is het om de lezer in verwarring te brengen, om de emoties beter voelbaar te maken, om spanning te creëren? Dat moet je je altijd afvragen. Dus niet alleen: welk perspectief, maar ook: waarom juist dit perspectief? Vraag je dit ook af bij onderstaand filmfragment (uit Kill Bill).

Hieronder lees je twee fragmenten uit romans. Benoem het perspectief.

Frederik van Eeden – De kleine Johannes

Ik zal u iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zo gebeurd. Zodra gij het niet meer gelooft, moet ge niet verder lezen, want dan schrijf ik niet voor u. Ook moogt ge er de kleine Johannes nooit over spreken, als ge hem soms ontmoet, want dat zou hem verdriet doen en het zou mij spijten, u dit alles verteld te hebben.

Anna Blaman – Eenzaam avontuur

Alida zat aan tafel, voor haar schone lege bord. Ze steunde met een elleboog het hoofd. Haar wang lag aan haar hand en zo keek ze de kant van ‘t venster uit. Ze zag me niet. Ze had me niet gehoord. Ik keek naar haar. Neen, het was geen tactiek, die me nu dreef, ook niet alleen de neiging tot barmhartig objectief begrip, maar meer; een schuldgevoel. Dat was Alida die daar zat. Hoe kon iemand, met mij, zo ongelukkig zijn, zo eenzaam en zo diep ontluisterd…

Hieronder lees je een kort verhaal. Benoem het perspectief.

De stem uit het wak

‘Hulp!’ riep Loode. ‘Hulp, hulp!’

Met schaatsen en al was hij door het ijs gezakt. Hij klauwde zijn handen in de rand van het wak. Lang zou hij het niet meer houden. De gruwelijke kou verstijfde hem en zijn vingers bevroren. Het ijs brokkelde af. ‘Hulp, hulp!’

‘Hela,’ riep de schoorsteenveger die langs kwam, zijn ladder aan de schouder.

‘Ben jij dat, Sjoerd?’

‘Nee, Loode!’

‘Loode wie?’

‘Loode van Rooie Pierke! Haal me er uit, ik verdrink!’

‘Van Rooie Pierke?’ riep de schoorsteenveger verbaasd.

‘Die heeft toch alleen een dochter?’

‘Ik verzuip!’

‘Zeg eens, Loode…’ riep de schoorsteenveger.

Loode gaf geen antwoord meer.

De schoorsteenveger haalde zijn schouders op en liep hoofdschuddend door.

Later, in de taveerne, zei hij tegen de waard: ‘Rooie Pierke heeft toch maar één kind, een dochter?’

‘Jawel,’ zei de waard, ‘alleen Maaike.’

‘Dan had ik het goed,’ zei de schoorsteenveger tevreden.

De waard wond de klok op door aan de ketting te trekken.

Toen zei hij: ‘Vroeger had hij ook een zoon. Maar die is verdronken bij het schaatsen.’

‘Hoe heette die?’ vroeg de schoorsteenveger.

‘Och,’ zei de waard, ‘het is zo lang geleden. Dat weet ik niet meer.’

Herman Pieter de Boer, De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen.

Lees de fragmenten hieronder. Wat valt je op?
Hoe zou je het perspectief in deze fragmenten benoemen?

Arnon Grunberg – De heilige Antonio

Wij zijn Paul en Tito Andino. Paul is achttien, Tito negentien. Onze moeder heet Raffaella Andino. We zijn geboren in een klein dorp. We zijn de grens over gesmokkeld, en we hebbern er vier jaar over gedaan om onze smokkelaars af te betalen. Van onze vader kunnen we ons niet veel herinneren. Onze moeder zegt dat het niet zo was, of ze praat eroverheen, of ze kijkt zwijgend uit het raam en luistert naar muziek, maar onze vader was een struikrover. Daarom werd hij wel eens in elkaar geslagen, want mensen houden niet van struikrovers.

Esther Gerritsen – Tussen Een Persoon

De muur waar ik met mijn rug tegenaan zit wordt langzaam warmer. Door de twee kleine ramen, aan weerskanten van mij, komt de zon de kamer binnen. Lichte langwerpige vlekken staan op onze vloer geprojecteerd.

Opdracht
Nu kun je zelf beginnen aan een beschrijving van ’perspectief’ in het boek dat jij gelezen hebt. Je begint je leesverslag met een korte samenvatting (ongeveer vijf zinnen). In de kern (het middenstuk) schrijf je de analyse van ‘perspectief’ in de roman. Je eindigt je leesverslag met jouw mening over het boek. Het verslag hoeft bij elkaar niet langer dan één A4 te zijn.

Hoe beschrijf je het perspectief in een roman? Je geeft antwoord op de volgende vragen:

  1. Wie vertelt het verhaal?
  2. Zijn er nog andere vertellers?
  3. Waarom vertelt de schrijver het verhaal vanuit dit perspectief?

Je gebruikt citaten uit het boek om aan te tonen hoe het in elkaar zit.

Succes!

Meer lezen?
Je kwam in de bovenstaande tekst een paar citaten tegen uit boeken die ook erg geschikt zijn voor je leeslijst. Alles op een rijtje, met het niveau erbij als het boek op http://www.lezenvoordelijst.nl vermeld staat:

  • Multatuli: Max Havelaar. 1860. Niveau 5.
  • Gerard Reve: De avonden. 1947. Niveau 4.
  • Franz Kafka: De gedaanteverwisseling. 1915. Vertaald uit het Duits.
  • Kees van Beijnum: De oesters van Nam Kee. 2000. Niveau 3.
  • Frederik van Eeden: De kleine Johannes. 1887. Niveau 4.
  • Anna Blaman: Eenzaam avontuur. 1948. Niveau 5.
  • Herman Pieter de Boer: De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen. 1973.
  • Arnon Grunberg: De heilige Antonio. 1998.
  • Esther Gerritsen: Tussen Een Persoon. 2002.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s