Tijd

Je kent het vast wel uit de film: nog tien seconden heeft de held om de bom te ontmantelen! Daar gaan we:

10, 9

Helaas zit de actieheld vastgebonden op een stoel in het hoofdkwartier van de bad guy, dus hij moet eerst zijn boeien zien los te maken met een glasscherf van een kapotgeslagen whiskeyglas..

8, 7

We moeten niet vergeten dat de held ook nog de wereld moet redden door op de computer van de schurk de geheime code te kraken waarmee hij de snode plannen weet te voorkomen – na drie keer een verkeerd wachtwoord is het gelukt…

5, 4

De held rent door het hoofdkwartier en springt een hele trap naar beneden. Onderweg slaat hij drie brede portiers knockout –

3, 2

en hij is bij de bom en haalt de juiste draadjes los, waardoor de bom onschadelijk is gemaakt. Of niet.

In tien seconden? Echt? Nee, natuurlijk niet; in de film duurt deze scène al gauw twee minuten. De regisseur van de film wijkt af van de werkelijke tijd. Zo wordt het verhaal een stuk spannender. Dat doen schrijvers ook wel, op verschillende manieren. Ze laten een personage bijvoorbeeld drie pagina’s nadenken voordat hij antwoord geeft op een vraag. De tijd wordt trager beschreven dan in werkelijkheid; we noemen dat tijdvertraging.

Het tegenovergestelde kan natuurlijk ook: Deze zomervakantie ging ik op vakantie naar Italië. Ik bezocht Rome, Florence en Pisa en het hele gezin kwam zongebruind en goedgehumeurd terug. Een hele zomervakantie in drie zinnen! Dat is tijdverdichting.

Of de verteller maakt een sprong in de tijd: ‘Na de zomervakantie ging ik weer naar school.’ Of er begint een nieuw hoofdstuk en je hoofdpersoon is ineens twee jaar ouder, of aan het eind van zijn leven: dat noemen we een tijdsprong.

Heb je de film Titanic wel eens gezien? Welke tijdsprong wordt daarin gemaakt?

In een boek kunnen ‘vroeger’ en ‘nu’ elkaar afwisselen. Soms zijn de afwisselingen in tijd goed zichtbaar – door een ander lettertype, een nieuw hoofdstuk, een jaartal boven de tekst. Of de verteller spreekt in de tegenwoordige tijd als het nu is en in de verleden tijd als het vroeger is. Soms moet je het vooral afleiden uit de leeftijd van de hoofdpersonen, of tijdsaanduidingen in de zin: ‘dertig jaar eerder…’. Het verhaal wordt dan niet chronologisch verteld, maar je kunt zelf wel vaststellen wat de juiste tijdvolgorde is.

Kijk naar de clip ‘The scientist’ van Coldplay. Wat is er bijzonder in de ‘chronologie’ van deze clip?

Wat kunnen we nog meer zeggen over tijd? Een verhaal speelt zich af op een bepaald moment in de geschiedenis: in de Tweede Wereldoorlog, in 1999, in de jaren vijftig of in 2012, bijvoorbeeld. Soms wordt er een jaartal genoemd, soms krijg je ‘hints’ waardoor je weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt.

Kijk naar het plaatje hieronder uit de televisieserie Mad Men. In welke tijd speelt deze serie zich af? Hoe weet je dat?

Lees nu de tekst hieronder uit het boek De oesters van Nam Kee (Kees van Beijnum). In welke tijd speelt dit verhaal zich af? (Klik op de foto om de tekst te kunnen lezen.)

En een verhaal heeft een bepaalde tijdsduur: in het sprookje Roodkapje is dat één dag, maar het sprookje van Raponzel duurt veel langer (het begint met de moeder die van het kruid van de heks eet; vele jaren later is Rapunzel zelf volwassen – dus laten we zeggen, twintig jaar?). We noemen de tijd waarbinnen de gebeurtenissen gebeurd zijn, de vertelde tijd.

Bekijk de filmtrailer hieronder. In welke tijd speelt dit verhaal zich af? Hoe zie je de verandering in tijd in deze film? Wat zou volgens jou de vertelde tijd zijn?

Om je een idee te geven van hoe dat in een boek eruit kan zien, hieronder twee voorbeelden.

Wat weet je al over de tijdslijn in deze romans, alleen door naar de inhoudsopgave te kijken? (Klik op de foto om de tekst te kunnen lezen).

Inhoud van ‘Een hart van steen’ van Renate Dorrestein.
Inhoud van ‘De koningin van Paramaribo’ van Clark Accord.


Opdracht
Nu kun je zelf beginnen aan een beschrijving van ‘tijd’ in het boek dat jij gelezen hebt. Je begint je leesverslag met een korte samenvatting (ongeveer vijf zinnen). In de kern (het middenstuk) schrijf je de analyse van ‘tijd’ in de roman. Je eindigt je leesverslag met jouw mening over het boek. Het verslag hoeft bij elkaar niet langer dan één A4 te zijn.

Hoe beschrijf je de tijd in een roman? Je geeft antwoord op de volgende vragen:

  1. Wanneer speelt het verhaal zich af?
  2. Wat is de vertelde tijd?
  3. Is het verhaal chronologisch verteld of juist niet?
  4. Zijn er veel tijdsprongen?
  5. Is er sprake van tijdverdichting of tijdvertraging?

Je hoeft niet letterlijk antwoord te geven op al deze vragen. Je bespreekt alleen die vragen die belangrijk zijn voor het verhaal. Jouw analyse van de ‘tijd’ schrijf je op in een paar alinea’s. Je gebruikt citaten uit het boek om aan te tonen hoe het in elkaar zit.

Succes!

Meer lezen?
Je kwam in de bovenstaande tekst een paar citaten tegen uit boeken die ook erg geschikt zijn voor je leeslijst. Alles op een rijtje, met het niveau erbij als het boek op http://www.lezenvoordelijst.nl vermeld staat:

  • Kees van Beijnum: De oesters van Nam Kee. 2000. Niveau 3.
  • Tessa de Loo: De tweeling. 1993. Niveau 3.
  • Renate Dorrestein: Een hart van steen. 1998. Niveau 3.
  • Clark Accord: De koningin van Paramaribo. 1999. Niveau 2.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s